Zuidoost Turkije
![]() |
Zo ben je bang dat je neus zal worden afgehakt in een zigeunerdorp, zo sta je daarna te filmen terwijl de zigeuners behulpzaam je geluidshengel vasthouden. Meer weten? Lees het verhaal hieronder. |
Uit het dagboek van Esther Prade.
Ergens in Koerdistan. Na een lange rit door het dorre gebied met een weids uitzicht op prachtige roodbruine bergen, valleien, lemen huisjes en op een gegeven moment zelfs naaldvegetatie, eindigde de tocht in een soort tentenkamp langs een snelweg. Hier stapten Seren Dalkiran en Yeter Akin uit. Ze waren op zoek naar een meisje met een afgesneden neus. En hier verbleven de leden van haar stam. De pater familias had er duidelijk geen zin in, ik zag hem woedend naar mij en de camera gebaren. Er werd met hem gepraat, wel een half uur lang en ondertussen maakte ik me zorgen over het licht en de ondergaande zon. Uiteindelijk wenkte Yeter naar me en ik greep onmiddelijk naar mijn camera, tegelijkertijd zwaaide ik met de geluidshengel.
"Wie gaat er hengelen?", vroeg ik.
"Maar het is heel belangrijk dat we nu filmen, Esther", zei Seren streng.
""Het is heel belangrijk dat het goed gebeurd. Met kut-geluid kun je net zo goed de film weggooien", zei ik en mezelf kennende snauwde ik daarbij.
"Je bent veel te paniekerig", zei Seren. "En dan breng je mij weer in paniek".
"Ik word paniekerig omdat ik elke keer niet op jullie hulp kan rekenen. Zonder geluid geen film", zei ik.
"Ik ga wel weer hengelen hoor!" zei Yeter.
"Nee, ik ga het wel doen!", zei Seren. "Ik heb heus wel door dat je veel liever Yeter filmt dan mij!".
Bovenstaande scene uit mijn dagboek vond plaats tijdens een reis die ik naar Zuidoost Turkije, ook wel Koerdistan genoemd, maakte. Ik deed het camerawerk voor een film over eerwraak.
De film was geïnitieerd door twee dames. Yeter Akin- destijds 30 jaar en werkzaam in de jeugdzorg. En Seren Dalkiran, toen nog maar 18 jaar en net geslaagd voor haar gymnasium-diploma.
Het verhaal moest gaan over het verontrustende aantal eerwraak moorden in Nederland. Een reis naar Koerdistan was volgens de dames noodzakelijk, omdat de meeste eerwraak gevallen hun oorsprong hadden in de daar heersende cultuur.
Mijn contact met de nuchtere en zeer kordate Yeter was- op wat kleine wederzijdse irritaties na- goed te noemen. Tussen mij en Seren ontstonden, na een aanvankelijk goed begin, al snel wat fricties. Bij mijn eerste kennismaking met Seren, vertelde ze dat ze uit een familie van Koerdische intellectuelen kwam. Uit haar verhalen kon ik afleiden dat ze zich nogal graag begaf in het (debat)circuit rondom allerlei ingewikkelde maatschappelijke vraagstukken. En daar hoorden weer allerlei integratie-georienteerde stichtingen bij waar ze ingangen had en daarnaast had ze nog veel meer connecties. Hoe dan ook; ze gaf de indruk van een veelbelovende jongedame met een op deze prille leeftijd reeds indrukwekkend netwerk.
En tussen de vele prijzen die ze al had gewonnen zat er ook één bij voor een poëziebundel. Blijkbaar klimt ze nogal makkelijk in de pen. Want na de moeilijke samenwerking met mij in Koerdistan, schreef ze over haar ervaringen op deze website. En de eerlijkheid waarmee ze een en ander beschrijft, maakt het voor mij weer makkelijk om openlijk mijn verslag te doen. Met dank aan mijn dagboek.
Het is opvallend hoe verschillend percepties kunnen zijn. Zet het relaas van Seren maar naast de mijne. Waar de jonge, veelbelovende Seren Dalkiran me in haar verhaal typeert als beweeglijk en druk, noem ik het vooral the flow, the rush tijdens het werk. Maar goed: ik ben ook beweeglijk en druk.
Seren vond me paniekerig; ik zag het toch vooral als bezorgd. Om verschillende redenen.
De eerwraak-film had nog geen omroep en dus ook geen budget. De producent - Frans Bromet- was zo royaal geweest deze draaiperiode en mijn honorarium zelf te financieren. Persoonlijk vind ik dat je daar - ook al ben je veelbelovend en 18 jaar - best wel veel waardering voor mag hebben en je uiterste best moet doen om met goed materiaal thuis te komen.
Dus mijn bezorgdheid werd groter toen ik vernam dat we helemaal naar het Zuidoosten van Turkije waren afgereisd, terwijl er helemaal nog geen slachtoffers van eerwraak klaar stonden om door ons gefilmd en geinterviewd te worden. In Nederland was de indruk gewekt dat de ze zo voor het oprapen lagen.
"Hoe komen jullie dan aan al die namen in het researchverslag", vroeg ik nog. Het bleek voor het merendeel om namen te gaan die in Turkije in het nieuws waren geweest. Zoals Rojda, een meisje uit een zigeunerstam waarvan de neus was afgehakt, omdat ze pre-huwelijkse seks had gehad. Later hoorde ik weer een ander verhaal en bleek de familie haar juist te willen prostitueren; hoe het nou precies zat ben ik nooit achtergekomen. In elk geval wilden de dames Rojda filmen.
En ik werd inderdaad paniekerig van het plan om dan maar op de bonnefooi naar het zigeunerdorp te rijden om deze Rojda op te zoeken. Drie redelijk tengere dames en een chauffeur leken me een spekkie voor het bekkie voor een meute mensen die tot zoiets bloeddorstigs als een neus afhakken in staat zijn.
Toen we in het dorp aankwamen was de sfeer aanvankelijk ook heel dreigend. Van alle kanten kwamen de zigeuners toestromen, toen ze de auto van Huseyin zagen aanrijden. De dappere en daadkrachtige Yeter Akin, en zo zal ik mij haar altijd herinneren, stapte uit om met de mensen te praten. Ook chauffeur Huseyin, onze rots in de branding, mengde zich in het gesprek. Uiteindelijk gebaarde Yeter dat ik mocht filmen. Rojda, het 15 jarige meisje met de afgehakte neus, was er niet, maar deze mensen - vroegere buren, geloof ik- konden ons blijkbaar veel meer over haar vertellen.
Toen begon het volgende conflict. Gezien de beperkte financiële middelen hadden we in Nederland met Yeter afgesproken dat Frans me inhuurde voor het camerawerk en dat de dames de geluidshengel zouden hanteren. Aangezien Yeter het Koerdisch goed beheerste, in tegenstelling tot Seren, leek het me logisch dat zij de interviews met de zigeuners zou doen. Ik vroeg Seren om de geluidshengel vast te houden. Het protest was niet van de lucht.
"Het is heet. Ik ben moe. De zon schijnt fel op mijn rug", klaagde Seren. Het was augustus en inderdaad bijna 40 graden in Koerdistan. Maar ik had geen medelijden met haar, tenslotte was ik twee keer zo oud als Seren en liep ik ook maar de hele dag met een camera in de hitte te sjouwen.
"Ik heb het ook heet en ik ben ook moe. Maar we moeten een film maken he?", zei ik.
"Zullen we een geluidsman huren. Dat kan heel goedkoop hier", zei Seren. Of ze had moeite het begrip beperkt budget, of ze zag Koerdistan als één grote sweatshop waar je mensen voor een paar grijpstuivers aan het werk kon zetten.
Het gekibbel tussen mij en Seren over de taakverdeling ging een tijdje door. Het eind van liedje was dat eerst chauffeur Huseyin de hengel voor me vasthield en daarna twee zigeunermannen, die we tussen de dorpelingen vandaan plukten.
Daar stond ik dan. Met handen en voeten te gebaren naar de zigeuners en Huseyin- we spraken immers elkaars taal niet- als de geluidshengel omhoog of omlaag moest. Na alle nijdigheid van daarnet realiseerde ik me hoe afhankelijk je bent van hulp en vriendelijkhed uit onverwachte hoek. Van deze behulpzame zigeuners had ik aanvankelijk verwacht dat ze ons alle vier de neus zouden afhakken, als straf voor onze bemoeizucht. Op een gegeven wees één van de zigeuners herhaaldelijk naar een muurtje. Uiteindellijk begreep ik dat hij me voorstelde daarop te gaan staan, zodat ik een topshot kon maken. En aldus geschiedde.
Tijdens latere reizen naar India, de Filipijnen, Zuid Afrika of waar ik dan ook naar afgereisd was, dacht ik - bij een zoveelste ruzie met een geluidsman- vol weemoed terug aan deze zigeuners. En zo had deze niet zo leuke ervaring toch nog een positief randje.
Een paar dagen later vonden we, na vele omzwervingen, de ouders van Rojda. In een tentenkamp langs een snelweg. Rojda was er weer niet, maar de dames wilden toch graag fiilmen. Ook in dit dorp was de sfeer aanvankelijk agressief, om uiteindelijk te eindigen met een toch behoorlijke welwillendheid van de mensen. Mijn camera stond al in de aanslag. De geluidshengel ook.
"Wie gaat er hengelen?", vroeg ik.
"Maar het is heel belangrijk dat we nu filmen, Esther", zei Seren streng.
""Het is heel belangrijk dat het goed gebeurd. Met kut-geluid kun je net zo goed de film weggooien", zei ik.
"Je bent veel te paniekerig", zei Seren. "En dan breng je mij weer in paniek".
"Ik word paniekerig omdat ik elke keer niet op jullie hulp kan rekenen. Zonder geluid geen film", zei ik.
"Ik ga wel weer hengelen" zei Yeter.
"Nee, ik ga het wel doen!", zei Seren. "Ik heb heus wel door dat je veel liever Yeter filmt dan mij!".
Uiteindelijk hebben we toch nog de ouders van Rojda gefilmd. De zon was aan het ondergaan. Toen het te donker werd vroeg ik Huseyin de koplampen van de auto aan te doen. In het licht dat van de auto afkwam filmde ik de moeder van Rojda die een fotootje van haar kind vasthield. In mijn dagboek kan ik niet eens meer teruglezen wie nu uiteindelijk de hengel heeft vastgehouden. Ik vermoed dat het toch weer werd gedaan door Huseyin de trouwe chauffeur.
Later werd ik door Yeter apart genomen. Ze wilde dat ik met Seren zou praten, omdat deze het idee had dat ik haar niet serieus nam. Voordat het project bij Frans Bromet terechtkwam hadden ze te maken met een andere producent/regisseur en deze behandelde Seren wel met alle egards. Daarnaast was Seren bang dat ze niet genoeg in beeld kwam.
Om Yeter's zorg weg te nemen hield ik inderdaad een gesprek met Seren. Ik legde Seren uit dat Yeter het Koerdisch beter beheerst en dat het in sommige gevallen logischer was dat Yeter de interviews deed. En dat het niet zo is dat ik Seren "uit de film wilde houden". Toch was Seren niet overtuigd van mijn goede intenties, want diverse keren kwam Yeter weer bij me aandringen om toch nog een keer met haar te praten. Seren bleef zich diep gekrenkt voelen, wilde waarschijnlijk mijn excuses en geen haar op mijn hoofd dacht er aan om dat te doen.
Een kwestie van perceptie. Waar Seren me waarschijnlijk zag als onbeschoft, zag ik het vooral als eerlijk zeggen waar het op staat.
En waar de jonge Seren zichzelf in de zomer van 2005 zag als strijdster tegen het onrecht en zich, vooral als de camera aanstond, graag in gewichtige termen uitdrukte - compleet met ernstig gezichtsuitdrukking- , zag ik de lichtelijke megalomanie van een 18- jarige, die al heel wat voor mekaar heeft te krijgen en zich daar ook erg bewust van is.
Een paar maanden later, terug in Nederland, kreeg ik weer last van het Turkije drama. De uitvoerend producent van het project had mijn haastig getypte spotlijsten, zijnde een beschrijvingen van beeld en geluid op de tapes, zonder enig censuur gestuurd naar Yeter en Seren. Hij dacht dat het wel handig zou zijn voor de montage. Dit kregen ze onder ogen.
TAPE 1
01”43 Yeter loopt naar huis waar neus is afgesneden .
Een klein beetje beschamende scene volgt,want Seren komt al snel het beeld inlopen en houdt droevig kijkend een cheesy verhaal over Rojda die in de rook van de armoede in dat huis woonde. En achter de camera gaat één van de zigeuners de hengel vasthouden (dus af en toe geklooi).
TAPE 2
00”05 Zigeunermeisje met een doosje Merci chocolade die de zigeuners hebben gehad als dank voor een gesprek over afgesneden neus
(Sorry voor alle geklooi en hengelschaduw, maar de zigeuner hengelt ook maar voor het eerst en Esther moet en de camera doen en een zigeuner met hengel begeleiden met de andere hand)
Uiteraard waren de dames boos. En uiteindelijk maakte Frans Bromet de film af. Ik geloof dat de film goed ontvangen is met redelijk veel publiciteit en Yeter en Seren gingen op de foto met de toenmalige minister Ella Vogelaar. Maar eigenlijk kwam er verdomde weinig beeldmateriaal van de Turkije reis in de film voor.
En toch heb ik ook goede herinneringen. Nadat we Zuidoost Turkije verlieten, ging ik met Yeter naar het dorp van haar ouders, ongeveer in het midden van het land. Ik ben daar heel gastvrij ontvangen door haar vader, moeder en zuster en heb daar een paar mooie dagen gehad.
En ik heb goede herinneringen aan Huseyin, de trouwe chauffeur. Bij ons vertrek uit het mooie Koerdistan bleef hij zwaaien tot hij ons niet meer zag.
Ook denk ik wel eens terug aan de zigeuners die het geluid voor me deden. I've allways depended on the kindness of strangers.






